Geschiedenis

Ontstaan van het roeicentrum 

Het roeicentrum bestaat al sinds de bouw van de Berlagebrug (1930-1932). De architect Berlage heeft in opdracht van de gemeente Amsterdam een brug over de Amstel met een roeihome ontworpen waarin de kinderen van Amsterdam kennis konden maken met roeien. Zeker in die tijd hadden veel verenigingen nog ballotage commissies waardoor het roeien eigenlijk alleen voor de beter bedeelden toegankelijk was. De toenmalige woordvoerder van de gemeente formuleerde het als volgt: 

“We moeten alles op het spel zetten om sociaal en cultureel op de bres te staan voor onze jeugd en alles doen om onze volkskracht te verhogen. Deze tijd van inzinking (recessie eind jaren ‘20 begin ‘30) mag geen tijd zijn van achteruitgang in volkskracht!” 

Zo ontstond er aan de rand van de toenmalige stad Amsterdam een roei-home wat geëxploiteerd werd door de A.B.L.O (Amsterdamsche Bond Lichamelijke Opvoeding) en de ARB (Amsterdamsche Roei Bond) met een toenmalige begroting van 1200,- gulden. Aangezien dit lang niet toerijkend was om de kosten te dragen, werd besloten om ook particulieren de mogelijkheid te bieden om een roeiboot te huren. In die tijd was dit zeer ongebruikelijk in de roeiwereld. Alles wat van ambachtelijke aard was, was verboden om ook maar in de buurt te komen van een roeiboot (arbeidersbepaling). Deze regeling ging dan ook in tegen het toenmalige beleid van de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Om een klein inzicht te geven waar onze huidige doelstellingen vandaan komen een klein citaat uit een artikel van eind jaren ’30:

"Het roeien geschied op den Amstel, van het, voor dit doel buitengewoon geschikte moderne botenhuis naast de Berlagebrug uit, alwaar de vloot van z.g. oefengieken geborgen ligt. Het oefenen geschied eenmaal in de week onder leiding van instructeurs of instructrices. Aan het einde van het seizoen worden onderlinge wedstrijden gehouden. Voorwaarden tot toelating tot den cursus zijn: 14 tot 18 jaaren oud, het hebben van een zwemdiploma en toestemming van den ouders…..Het seizoen duurt van april tot 1 october…. Dikwijls ziet men dat eenmaal begonnen met het beoefenen van de watersport men er voor de rest van zijn leven verknocht aan raakt. Na enkele jaren van het volgen van de cursus bij het roei-home doet menig kind besluiten tot het voortzetten van zijn/haar roeicarrière bij een van de vele aan de Amstel gelegen verenigingen.
Dit alles georganiseerd door: VBWJ (vereniging bevordering watersport jongeren)"

In 1942 worden 3 boten in gebruik genomen namelijk: de Meurer, als eerbetoon aan de jarenlange voorzitter der Nederlandse roeibond. De Kelner als eerbetoon aan Willem Kelner die deze boten met eigen handen heeft gemaakt en de Marres (nu niet meer aanwezig in onze huidige vloot). Later zal de Willem ook om deze reden gedoopt worden. In de oorlogsjaren heeft het roeihome dienst gedaan als opslag voor de verenigingen Willem 3 en de Amstel die hun gebouw gesloopt zagen door de bezetter. Ook functioneerde de locatie als centraal punt voor de coördinatie van het Amsterdamse roeien. Naast het gebruik door de gemeente heeft het roeicentrum ook onderdak geboden aan een aantal stichtingen of beginnende roeiverenigingen. Zo heeft Thetis in de tijd dat ze was afgescheiden van Nereus hier haar kleedruimtes gehad en is in de jaren ’60 van de twintigste eeuw Skøll hier begonnen als vereniging (’67 tot ’71). De stichting mindervalide roeien heeft ook jaren vanuit het roeicentrum instructie gegeven maar is verhuisd naar Roeivereniging Willem3 in verband met de betere bereikbaarheid. Menig gymleraar heeft in de jaren ’50 tot en met ’80 via de ALO en het CIOS hier kennisgemaakt met het roeien en zelfs een instructie diploma gehaald. Sinds de jaren ’80 worden er cursussen gegeven aan volwassenen. Eerst maar een paar dagen in de week gedurende de zomermaanden. In tien jaar tijd is dit uitgegroeid tot 6 van de 7 dagen open. Eind jaren ’90 is er een omslag geweest en werden de cursussen regelmatig aangeboden. Van alleen in de zomermaanden naar het hele jaar door. Eerst waren de cursussen 20 lessen (bijna het hele seizoen) daarna 10 en op dit moment bestaat een cursus uit 8 lessen en wordt er het hele jaar door geroeid. Er zijn 6 cursus blokken van +/- 8 lessen.

De gemeente is altijd eigenaar/beheerder geweest, eerst vanuit de centrale stad Amsterdam. Door de invoering van stadsdelen viel het roeicentrum tot 1 Mei 2010 onder Oost-Watergraafsmeer. Het roeicentrum is sinds de stadsdelenfusie van 1 Mei 2010 onderdeeel van Stadsdeel Oost. Het roeicentrum heeft recentelijk (2004/2005) een metamorfose ondergaan. Tijdens de verbouwing zijn er nieuwe kleedkamers gekomen en is de binnenbak verplaatst en qua functie weer in ere hersteld. De bak staat nu op rubbers waardoor je lichtjes merkt hoe een boot reageert op de krachten die je tijdens het roeien uitoefent. Vroeger hing de bak in grote schokdempers (veren) waardoor je direct kon voelen als je de haal verkeerd inzette (de gouden tijden van Nereus in de jaren ’60  en ’70 zijn onder andere te danken aan de wintersessies in de binnenbak van het roeicentrum (de heer W. Bloemendal)). In de jaren ’80 is de huidige vloot gebouwd door Erik van Vliet, Jan. A. Versteegt en Sjaak van Rijn. In het voor en najaar werden er lessen gegeven op zaterdag ochtend door Kees Vente. Cursussen bestonden toen uit 7 a 13 lessen. Begin jaren ’90 heeft Jan Harm Lieftink de structuur opgezet zoals die nu nog bestaat. Hij heeft naar voorbeeld van Duosport op de Jaap Edenbaan de niveaus ingedeeld. In ’95 is de huidige indeling ontstaan: beginner, lichtgevorderd (boordroeien) en gevorderd, vergevorderd en routinier (scullen). Rond die tijd roeiden er +/- 200 mensen per week. In 5 jaar is dit uitgegroeid tot 800 a 1000 per week.